Het zijn ingenieurs en technici die de wereld gaan redden, maar politici moeten hen daarbij helpen. Ze kunnen dit doen door in Europa efficiëntere industrieregels in te voeren en de energiehandicap aan te pakken. We moeten in België ook onze groeisectoren van de toekomst identificeren. Geen goal zonder doel.
Stop de de-industrialisatie van Europa, zoniet zijn we binnen enkele jaren voor alles afhankelijk van China, India en de Verenigde Staten. Europa heeft de laatste jaren zo’n tien procent van zijn productiecapaciteit verloren. De Amerikaanse president Donald Trump heeft duidelijk gemaakt dat als je technologisch niet relevant bent, je ook politiek niets voorstelt.
Een betere integratie van de Europese markten
De patiënt is ziek en het herstelproces bekend: lagere energiekosten, een correctie van de klimaattaksen, geen naïeve opendeurpolitiek, sneller optreden tegen oneerlijke concurrentie (het bewaken van een level playing field), geen overregulering en onderlinge handelsbelemmeringen, investeren en innoveren in industriële transitie met een integratie van de internationale kapitaalmarkten.
Van diagnose moet het nu naar actie: niet volgend jaar of volgende maand, maar vandaag. In 2024 publiceerde de voormalige Italiaanse premier Mario Draghi een lijvig industrierapport met daarin een lange lijst aanbevelingen om de Europese concurrentiekracht te versterken. Nog geen 10 procent van zijn punten is inmiddels uitgevoerd.
Een betere integratie van de Europese markten is broodnodig, want in de praktijk zijn er nog veel handelsbelemmeringen tussen landen omdat er vaak andere regels gelden. Premier Bart De Wever wil dan ook zo snel mogelijk nauwer samenwerken met ‘EU-kernlanden’ die daar wel voor klaar zijn, in de eerste plaats met Nederland en Luxemburg.
Waarom bijvoorbeeld geen ééngemaakte Europese energiemarkt, zoals de Franse president Emmanuel Macron suggereerde, met een geïntegreerd, technologisch neutraal elektriciteitsnet? En een ééngemaakt economisch framework, over de 27 EU-lidstaten heen, met regels die voor iedereen gelden. Zo krijg je schaalgrootte.
Politici met een technische achtergrond
België is een rijk land. Onze regio heeft een uitstekende geografische ligging, een hoge levenskwaliteit, een sterke sociale bescherming, een toegankelijke gezondheidszorg, betaalbaar onderwijs,… Dit alles moet beschermd door de juiste politieke beslissingen. In een steeds meer autocratische wereld en een ‘insidereconomie’ (= alleen voor hen die tegen de machthebbers aanschurken), is een democratische rechtsstaat met een vrije pers, de beste voedingsbodem om te ondernemen.
Helaas, het aantal vergunningsaanvragen voor grote industriële projecten zakt in ons land naar een nieuw dieptepunt. Geef bedrijven geen subsidies, maar vergunningen, zeggen topondernemers. Tussen een idee en de bouw van een fabriek mag geen traject van 15 jaar liggen. Daarnaast moet ons land iets doen aan de versnippering van ons bestuursapparaat. Sirris, Flanders Make, VLAIO, Flanders Investment & Trade (FIT), de POM’s en RTC’s, CETIC, Materia Nova, Multitel … Al deze instellingen doen verdienstelijk werk, maar er is geen gezamenlijke strategische visie. Op internationale beurzen staan hun standen verspreid.
België telt dubbel zoveel ministers en staatssecretarissen (over alle regeringsniveaus heen) dan het grotere Nederland, maar recent tijdens Indumation 2026 – de belangrijkste industriebeurs in de Benelux – was er wederom geen enkele hoogwaardigheidsbekleder te bespeuren. In de krant lees je grote woorden dat onze industrie moet worden gered, maar écht de vinger aan de pols houden doen onze (talrijke) politici blijkbaar niet.
In zijn boek Breakneck: China’s Quest to Engineer the Future schrijft auteur Dan Wang dat China voornamelijk wordt bestuurd door politici met een technische achtergrond. Een deel van de top van het Chinese Politbureau is van opleiding ingenieur en als technocraten houden ze van snelle, meetbare oplossingen. Ons parlement telt veel juristen. Geen kwaad woord over juristen, ik ben er zelf een, maar legalisten benaderen de wereld toch op een andere manier. Ik vind het nog altijd opvallend hoe ingenieurs tijdens een vergadering oplossingsgericht werken, terwijl juristen/advocaten alleen maar extra obstakels zien.
Nederland heeft een duidelijk afgelijnd industrieel plan
Economisch hebben onze noorderburen ook een duidelijk afgelijnd industrieel plan. In januari 2024 publiceerde de Nederlandse overheid een document van 102 pagina’s met hun ‘Nationale Technologiestrategie’ (NTS). Daarin zitten 44 sleuteltechnologieën cruciaal voor economie, veiligheid en als antwoord op diverse maatschappelijke uitdagingen. Hieruit zijn vervolgens 10 technologische prioriteiten gepuurd waarin Nederland wereldwijd het technologisch leiderschap wil claimen.
Het ‘Toekomstpact voor de Vlaamse Industrie’ van maart 2024, een 13 pagina’s tellende algemene intentieverklaring, is hiermee vergeleken een flauw afkooksel. Wij kunnen beter.
In Nederland werd Peter Stolk – voorzitter van Holland High Tech – formeel benoemd als Voorzitter Sleuteltechnologieën, zodat er nu een helder leiderschap is om de afgesproken innovatieagenda uit te voeren. Peter Stolk is onder meer verantwoordelijk voor het bijeenbrengen van vertegenwoordigers uit overheid, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke partners rond de 10 NTS-prioriteiten. Concreet zie je op het werkveld inmiddels de groei van Brainport Industries in Eindhoven. Dit alles moet ons in België inspireren.
Technologische innovatie zal immers leiden tot sociale en economische vooruitgang voor ons allemaal. De mensheid kent grote uitdagingen en niet-destructieve technologie kan voor oplossingen zorgen. Een intelligente en verantwoordelijke technologische vooruitgang is voor ons allemaal een garantie voor een welvarend leven op deze planeet.
Jean-Charles Verwaest is zaakvoerder van Magenta Uitgeverij. Hij was 12 jaar lang uitgever en realisator van Automation Magazine.










