Selecteer de taal

  • facebook logo
  • linkedin logo
  • twitter logo

Het Bernardustechnicum Oudenaarde wint Automation Magazine Award 2026: waar technisch talent en industriële innovatie elkaar versterken. Van een eerste automatiseringslabo tot industriële robotica, slimme systemen en internationale STEM-wedstrijden: het Bernardustechnicum in Oudenaarde bouwt al decennialang aan toekomstgericht technisch onderwijs. Met de Automation Magazine Award 2026 krijgt die jarenlange inzet een bijzondere erkenning.

Maar achter de award schuilt vooral een verhaal over jongeren die groeien in technisch talent, leerkrachten die hen uitdagen en een sterke verbondenheid met de industrie. Kurt Vanmeerhaeghe vertelt.

Een bekroning van een gezamenlijke inspanning
Op woensdag 21 oktober 2026 mocht het Bernardustechnicum uit Oudenaarde tijdens de Automation Day in Technopolis in Mechelen de Automation Magazine Award 2026 in ontvangst nemen. Daarmee wordt de school de eerste technisch secundaire school die deze erkenning ontvangt. Een bijzondere mijlpaal voor een onderwijsinstelling die technologie, innovatie en de ontwikkeling van technisch talent al jarenlang hoog in het vaandel draagt. Voor mij, als technisch adviseur coördinator van de STEM-campus, betekent deze award veel meer dan een mooie onderscheiding. Het is een bevestiging dat we met onze visie op technisch en technologisch onderwijs op de goede weg zitten. Tegelijk vormt de erkenning een stimulans om verder te blijven investeren in automatisering en in de competenties die jongeren nodig hebben om de industriële wereld van morgen mee vorm te geven.


Deze prestatie is in de eerste plaats het resultaat van een gezamenlijke inspanning. Ze is te danken aan onze leerlingen, onze leerkrachten, onze directie en de vele partners die ons ondersteunen bij de uitbouw van een krachtige technologische leeromgeving.
Want automatisering is vandaag niet meer weg te denken uit onze economie. Of het nu gaat om een geautomatiseerde productielijn, een CNC-machine, een industriële robot of een intelligent aangestuurd systeem, achter elke technologische toepassing schuilt een combinatie van kennis, inzicht, creativiteit en menselijke expertise.
Net die combinatie willen we onze leerlingen meegeven.

Een brede STEM-campus met een hart voor techniek.
Het Bernardustechnicum maakt deel uit van de Bernardusscholen in Oudenaarde, in het hart van de Vlaamse Ardennen. De school telt ongeveer 1.600 leerlingen, van wie er circa 400 les volgen op de STEM-campus Gelukstede. Binnen deze campus bieden we een brede waaier aan technische studierichtingen aan, met hout, bouw, mechanica en elektriciteit als belangrijke contexten. Leerlingen kunnen er terecht in studierichtingen met verschillende finaliteiten zoals doorstroom, dubbele finaliteit en arbeidsmarktfinaliteit. Zo willen we jongeren met uiteenlopende interesses en talenten de kans geven om zich technisch en persoonlijk te ontwikkelen.
Automatisering loopt als een rode draad doorheen dat opleidingsaanbod. Vooral binnen de mechanische, elektrotechnische en mechatronische opleidingen krijgt ze een belangrijke plaats.
Daarbij vertrekken we vanuit een projectmatige en onderzoekende aanpak. Het wetenschappelijk, technologische proces vormt de basis. Leerlingen leren een probleem analyseren, mogelijke oplossingen onderzoeken, een ontwerp uitwerken, een systeem realiseren en vervolgens testen en bijsturen.


Die methodiek brengt theorie en praktijk samen. Wetenschappelijke inzichten worden niet alleen bestudeerd, maar ook toegepast in concrete opdrachten en experimenten. Zo ontdekken leerlingen hoe mechanische, elektrische en elektronische componenten samenwerken en hoe software, sensoren, aandrijvingen en besturingen een geïntegreerd geheel vormen.
Studierichtingen zoals Technologische Wetenschappen en Engineering, en Mechatronica lenen zich bijzonder goed voor die aanpak. Ze bieden leerlingen de mogelijkheid om zich te verdiepen in complexe technologische vraagstukken en tegelijk hun praktische vaardigheden verder te ontwikkelen.
Ons uitgangspunt is duidelijk: jongeren moeten technologie niet alleen leren begrijpen, maar ook leren ontwerpen, modelleren, bouwen, programmeren en verbeteren.

Een traditie van automatisering en technologische vernieuwing
Onze aandacht voor automatisering is niet nieuw. Ongeveer 25 jaar geleden zetten we samen met RTC Oost-Vlaanderen de eerste stappen met een gespecialiseerd automatiseringslabo op campus Gelukstede.
Dat labo groeide uit tot een belangrijke leeromgeving voor onze eigen leerlingen, maar ook tot een antennepunt waar leerlingen van andere Oost-Vlaamse scholen (netoverschrijdend) kennis konden en nog steeds kunnen maken met automatisering. Daarnaast werden samenwerkingen opgezet met het volwassenenonderwijs en de industrie voor basisopleidingen in onder meer elektropneumatica en elektrohydraulica.
In de daaropvolgende jaren bouwden we die expertise verder uit. Naast opleidingsmateriaal van Festo kwamen ook systemen van andere gerenommeerde fabrikanten, zoals Norgren en SMC, aan bod. Leerlingen konden daardoor met verschillende componenten en technologieën aan de slag.


Een belangrijke stap was de aankoop en installatie van een mini-productiestraat met RTC Oost-Vlaanderen als ondersteunende partner. Deze mini-productiestraat (MPS) is opgebouwd uit een achttal afzonderlijke units die door leerlingen worden geprogrammeerd en samengebouwd. Daarbij leren ze niet alleen de afzonderlijke onderdelen kennen, maar ook begrijpen hoe verschillende stations binnen een geautomatiseerd productieproces op elkaar afgestemd moeten worden. Later volgden bijkomende investeringen in elektrohydraulica. Ook vandaag maken leerlingen van andere scholen nog gebruik van onze infrastructuur om hun technische kennis en vaardigheden verder aan te scherpen.


Een volgende belangrijke ontwikkeling was de introductie van industriële robotica. Ongeveer vijftien jaar geleden konden we dankzij een schenking van Volvo onze eerste stappen zetten met een industriële robot. De snelle evolutie van de robottechnologie maakte al gauw duidelijk dat verdere vernieuwing noodzakelijk was. Met de nodige cofinanciering van de lokale industrie konden we vervolgens investeren in een didactische ABB-robot, waarmee leerlingen zich verder kunnen verdiepen in robotprogrammering en industriële automatisering. Ook de mechanische werkplaatsen ondergingen een grondige evolutie. De leeromgeving voor mechanica werd uitgebouwd tot een Hoog Technologisch Educatief Centrum voor CNC-verspaning en CAD-CAM. Hierdoor kunnen leerlingen kennismaken met moderne productietechnieken en de digitale voorbereiding van mechanische onderdelen.


Een tiental jaar geleden werden die verschillende ontwikkelingen samengebracht in een nieuwe infrastructuur met transparante, moderne krachtige leeromgevingen. Dat creëerde bijkomende mogelijkheden om Science, Technology, Engineering and Mathematics geïntegreerd aan bod te laten komen.

Leren door te ontwerpen, te bouwen en te experimenteren
Moderne infrastructuur is belangrijk, maar de echte meerwaarde ontstaat wanneer leerlingen er actief mee aan de slag gaan.
Daarom proberen we binnen onze STEM-campus een krachtige leeromgeving te creëren waarin experimenteren, onderzoeken en projectmatig werken centraal staan. Leerlingen krijgen opdrachten die hen uitdagen om zelfstandig na te denken, samen te werken en technische problemen stapsgewijs op te lossen.
Bij automatisering komt daarbij een breed spectrum aan technologieën samen. Denk aan robotica, hydraulica, elektro-pneumatica, elektrische en mechanische aandrijvingen, sensoren, besturingen en programmeerbare systemen.


Die technologieën staan niet los van elkaar. Een goed werkende installatie vraagt inzicht in de wisselwerking tussen mechanica, elektriciteit, besturingstechniek en software. Precies die geïntegreerde benadering maakt automatisering zo boeiend en tegelijk zo relevant voor de industriële praktijk.
Leerlingen leren dat een technisch ontwerp zelden in één keer perfect is. Ze moeten testen uitvoeren, meetresultaten interpreteren, fouten opsporen en hun oplossing verbeteren. Dat proces vraagt niet alleen technische kennis, maar ook nauwkeurigheid, doorzettingsvermogen en kritisch denkvermogen.
Het gaat ons uiteindelijk niet alleen om de technologie die leerlingen leren beheersen, maar vooral om hun groei als zelfstandige en creatieve probleemoplossers.
Wanneer jongeren ervaren dat ze zelf een installatie kunnen opbouwen, een robot kunnen programmeren of een technisch probleem kunnen oplossen, groeit ook hun vertrouwen in hun eigen mogelijkheden. Dat zelfvertrouwen is een belangrijke basis voor hun verdere studies en hun toekomstige loopbaan.

Industriële robotica: talent dat zich ook buiten de schoolmuren bewijst
Dat onze leerlingen veel in hun mars hebben, bleek onder meer tijdens de VAL Robot Challenge Benelux.
Leerlingen van onze STEM-campus namen deel aan de wedstrijd, waarbij ze industriële robots moesten programmeren en onderhoudstaken uitvoeren. De uitdaging brengt technische kennis, praktisch inzicht, nauwkeurigheid en teamwork samen in een realistische technologische context.
Het BernardusTeam 1 (leerlingen van 6 technologische wetenschappen en engineering) behaalde de overwinning in de Beneluxfinale en verzekerde zich daarmee van een deelname aan de internationale finale in Frankrijk. Ook het tweede team van onze school zette een sterke prestatie neer met een plaats in de top tien.
Voor ons is zo'n resultaat bijzonder waardevol. Het toont aan dat leerlingen uit het technisch secundair onderwijs zich kunnen meten met andere sterke teams wanneer ze de kans krijgen om hun kennis en vaardigheden in de praktijk te brengen.


De combinatie van een stevige wetenschappelijke basis en doorgedreven praktische vorming speelt daarbij een belangrijke rol. Leerlingen moeten niet alleen begrijpen hoe een robot functioneert, maar ook in staat zijn om programma's op te bouwen, bewegingen te optimaliseren, fouten te analyseren en onderhoudstaken correct uit te voeren.
Wedstrijden zoals deze geven leerlingen bovendien een concreet doel om naartoe te werken. Ze ervaren hoe belangrijk samenwerking, voorbereiding en nauwkeurig werken zijn. Tegelijk maken ze kennis met technologieën en uitdagingen waarmee ze later in hun professionele loopbaan geconfronteerd kunnen worden.
De overwinning is dan ook meer dan een sportief succes. Ze illustreert wat mogelijk wordt wanneer leerlingen, leerkrachten en technologische partners samen investeren in kennis, begeleiding en praktijkervaring.

Van slimme systemen tot satellietcommunicatie
Onze STEM-werking beperkt zich uiteraard niet tot de klassieke industriële toepassingen. Technologie evolueert voortdurend en biedt jongeren steeds nieuwe mogelijkheden om hun interesses te verkennen en hun talenten te ontwikkelen. Binnen onze projecten besteden we daarom ook aandacht aan onder meer het Internet of Things (IoT), slimme systemen en draadloze communicatie. Leerlingen ontdekken hoe apparaten gegevens verzamelen, informatie uitwisselen en op basis daarvan bepaalde processen kunnen ondersteunen of aansturen.
Ook satellietcommunicatie biedt bijzondere mogelijkheden om wetenschap en techniek tastbaar te maken. Via projecten rond QO-100 leren jongeren hoe communicatie over grote afstanden werkt en welke technische principes achter dergelijke verbindingen schuilgaan.


Een bijzonder aansprekend voorbeeld is het realiseren van radioverbindingen met astronauten aan boord van het internationale ruimtestation ISS. Dergelijke initiatieven spreken tot de verbeelding en maken duidelijk dat de wereld van techniek veel verder reikt dan het klaslokaal of de werkplaats.
Daarnaast verkennen we innovatieve toepassingen zoals drones die kunnen helpen bij het opsporen van brandhaarden. Zulke projecten brengen technologie in verband met maatschappelijke uitdagingen en laten zien hoe technische kennis kan bijdragen aan veiligheid, efficiëntie en nieuwe oplossingen.
Het zijn precies die verbindingen die we bij jongeren willen stimuleren: nieuwsgierigheid naar wetenschap, inzicht in technologie en de ambitie om zelf oplossingen te ontwikkelen.

Jongeren vroeg warm maken voor techniek
Wie voldoende technisch talent wil ontwikkelen, moet jongeren al vroeg kansen bieden om met technologie kennis te maken.
Daarom zetten we ook in op techniekcoaching en onze KDOO-dagen (KennismakingsDagen Onderwijs Oudenaarde) , waarop kinderen en jongeren via praktische opdrachten en experimenten kunnen ontdekken wat techniek en STEM te bieden hebben. Een aantal jaren geleden werd een techniekcoach aangesteld. Deze technisch leerkracht bezoekt op maandag- en donderdagvoormiddagen de basisscholen uit de ruime regio. Tijdens deze sessies leren de leerlingen kennismaken met de beginselen van automatisering, robotica, computationeel denken, dat hen op een speelse manier wordt bijgebracht. Langs deze weg worden meer dan 1000 leerlingen bereikt, zowel jongens als meisjes.


Dat is belangrijk, want veel vormen van industriële automatisering blijven voor jongeren relatief onzichtbaar. Ze zien dagelijks gebouwen, voertuigen en infrastructuur, maar de geautomatiseerde productieprocessen achter de muren van een fabriek krijgen ze veel minder vaak of zelfs niet te zien. Door jongeren zelf met robots, technische componenten en slimme systemen te laten werken, maken we die wereld concreter en toegankelijker. Ze ontdekken dat techniek niet alleen draait om machines, maar ook om logisch redeneren, creativiteit, samenwerken en het zoeken naar oplossingen. Bovendien willen we vermijden dat jongeren al te vroeg het gevoel krijgen dat bepaalde technische domeinen niets voor hen zijn. Door hen te laten experimenteren, kunnen ze talenten ontdekken waarvan ze zelf misschien niet wisten dat ze die hadden.
Op die manier begint de ontwikkeling van toekomstig technisch talent niet pas wanneer een leerling een studierichting kiest. Ze begint al bij de eerste kennismaking met techniek, verwondering en experiment.

De industrie als partner in onderwijsvernieuwing
Technisch onderwijs dat aansluiting wil vinden bij de industrie, kan zich niet uitsluitend op de eigen schoolmuren richten. Machines, software, productieprocessen en vereiste competenties evolueren voortdurend. Om leerlingen goed voor te bereiden op hun toekomstige loopbaan, moeten we weten wat er in bedrijven leeft en welke ontwikkelingen eraan komen.
Daarom hechten we veel belang aan de samenwerking met RTC Oost-Vlaanderen en onze industriële partners.


Een aantal jaren geleden richtten we een intervisiegroep Industrie–Onderwijs op, waarin vertegenwoordigers uit het onderwijs en de regionale industrie meerdere keren per jaar met elkaar in gesprek gaan. We wisselen ervaringen uit, bespreken technologische ontwikkelingen en bekijken hoe de behoeften van bedrijven en de mogelijkheden van het onderwijs beter op elkaar kunnen aansluiten.
Die dialoog helpt ons om gerichter na te denken over onze infrastructuur, onze projecten en de competenties die we bij leerlingen willen ontwikkelen. Ook co-creatie en cofinanciering spelen daarbij een belangrijke rol. Wanneer bedrijven hun expertise, technologie of middelen delen, ontstaan kansen om leerlingen kennis te laten maken met toepassingen die anders moeilijk bereikbaar zouden zijn. Tegelijk krijgen industriële partners een beter beeld van de manier waarop jongeren worden opgeleid en welke kennis en vaardigheden ze ontwikkelen.


Een mooi voorbeeld van die samenwerking was het evenement Synergie tussen STEM-onderwijs en Industrie, dat we op onze campus organiseerden in samenwerking met RTC Oost-Vlaanderen, Mtech+, BEMAS en Stewal. Meer dan honderd vertegenwoordigers uit bedrijven en andere organisaties kwamen er samen om kennis uit te wisselen, schoolrealisaties te ontdekken en nieuwe samenwerkingen te verkennen. Tijdens het evenement kwamen onder meer een VR-toepassing voor leerlingen, AI-toepassingen in de school- en werkomgeving en een schenking van een 3D-meetbank aan bod. Dergelijke initiatieven tonen aan dat de samenwerking tussen onderwijs en industrie meer kan zijn dan het uitwisselen van informatie. Ze kan leiden tot concrete projecten, nieuwe leerervaringen en een beter begrip van elkaars behoeften.
Een sterke verbondenheid met de industrie is voor ons dan ook geen bijkomstigheid, maar een noodzakelijke voorwaarde voor toekomstgericht STEM onderwijs.

Automatisering vraagt meer dan technologie alleen
De toenemende automatisering van industriële processen brengt heel wat kansen met zich mee, maar stelt bedrijven ook voor nieuwe uitdagingen. Productiesystemen worden steeds meer digitaal aangestuurd, gegevens spelen een grotere rol en verschillende technologieën moeten naadloos samenwerken.
Dat vraagt medewerkers die niet alleen vertrouwd zijn met hun eigen vakgebied, maar ook voldoende inzicht hebben in het grotere geheel. Wie met geautomatiseerde installaties werkt, moet bijvoorbeeld kunnen redeneren over sensoren, aandrijvingen, besturingen, mechanische constructies en software, en begrijpen hoe die onderdelen elkaar beïnvloeden.
Daarnaast blijven menselijke vaardigheden essentieel. Communicatie, samenwerking, nauwkeurigheid en probleemoplossend denken zijn onmisbaar in een omgeving waarin technische systemen steeds complexer worden.

Net daarom proberen we onze leerlingen een brede basis mee te geven. We willen hen niet opleiden voor één specifieke machine of één technologie die over enkele jaren mogelijk alweer veranderd is. We willen hen vooral leren hoe ze nieuwe technologie kunnen begrijpen, hoe ze zelfstandig kennis kunnen verwerven en hoe ze technische problemen methodisch kunnen aanpakken.
Dat is volgens mij een van de belangrijkste opdrachten van het STEM-onderwijs. Jongeren voldoende kennis en praktijkervaring geven om vandaag mee te kunnen, maar tegelijk de flexibiliteit ontwikkelen die nodig is om morgen verder te groeien.


Een award als stimulans voor de toekomst
De Automation Magazine Award 2026 is voor het Bernardustechnicum een bijzonder moment van trots. Dat we als eerste technisch secundaire school deze erkenning ontvangen, maakt de bekroning extra betekenisvol.
Toch beschouwen we de award niet als een eindpunt. Integendeel, het motiveert ons om verder te bouwen aan een leeromgeving waarin jongeren hun technische talenten kunnen ontdekken, ontwikkelen en inzetten.
Dat vraagt blijvende aandacht voor moderne infrastructuur, actuele technologie en sterke leerkrachten. Maar bovenal vraagt het samenwerking tussen leerlingen en leerkrachten, tussen studierichtingen, tussen onderwijsinstellingen en tussen scholen en bedrijven.
De toekomst van automatisering wordt niet alleen bepaald door de ontwikkeling van krachtigere robots, slimmere software of efficiëntere productielijnen. Ze wordt ook bepaald door de mensen die deze technologie ontwerpen, programmeren, onderhouden en verbeteren.
Daarom willen we jongeren niet alleen voorbereiden op de industriële toekomst. We willen hen het vertrouwen, de kennis en de vaardigheden geven om die toekomst zelf mee vorm te geven.
Met ons motto ‘Het Bernardustechnicum met een hart voor techniek’ vatten we die ambitie graag samen.
De Automation Magazine Award is dan ook een erkenning voor wat we samen hebben opgebouwd, maar vooral een aanmoediging om te blijven leren, samenwerken en innoveren.
Want wanneer onderwijs en industrie elkaar versterken, krijgt technisch talent de ruimte om te groeien. En precies daar begint de technologie van morgen.

 

Inschrijven nieuwsbrief

faulhaber banner humanoidrobotics 600x500px nl

WORKSHOPS 2024 350x640 NL

WORKSHOPS 2024 350x640 NL

WORKSHOPS 2024 350x640 NL

WORKSHOPS 2024 350x640 NL

Content Partners

logoIMmetrand

InduMotion vzw is de Belgische vereniging van fabrikanten, invoerders en verdelers van diensten en materiaal voor industriële automatisering.

 

 

 

Partners

 

ledenjuli2026.png